Albert A. van Daalen

Business Manager & Consultant | SMEs and entrepreneurial social institutions | MKB en ondernemende maatschappelijke instellingen

Homepage

Over zijn partnerschap

Over zijn charity

Beknopte biografie

Uit de nieuwsmedia

Masterclasses

Een selectie van artikelen uit de nieuwsmedia over Albert van Daalen 


 

Woensdag 12 oktober 2011

VAN PREDIKANT TOT BEDRIJFSKUNDIG EN BANCAIR ADVISEUR
Ondernemende theoloog en filosoof geeft loopbaan opmerkelijke wending

Bert Koopman

Predikant Albert van Daalen is sinds enkele weken actief als bedrijfsadviseur. Maar volgens hem is er in wezen niet veel veranderd. ‘Ik help mensen.’

V: ‘The last job before you stop’?

‘Inderdaad. Ik was sinds 1992 actief als predikant en wilde nog één keer een switch maken. Gesprekken met een personal coach gaven mij bredere kijk op mijn loopbaanontwikkeling. Daarnaast bezocht ik als predikant regelmatig Nederlandse gevangenen in het buitenland. Zo belandde ik in Frans Guyana waar ik in een Nederlandse krant een advertentie aantrof van Claassen, Moolenbeek & Partners. Ik stuurde per e-mail mijn cv op met de vraag of zij op basis daarvan aanknopingspunten zagen voor een kennismakingsgesprek. De volgende dag werd ik al gebeld.’

     ‘Ik ben geboren in een ondernemersfamilie in Middelburg en heb handelsonderwijs gevolgd, maar ik wilde mij breder oriënteren. Vandaar mijn keuze voor vergelijkende godsdienstwetenschappen in Leuven. Tijdens mijn studie deed ik het nodige bestuurlijk werk en daarna belandde ik in het middelbaar beroepsonderwijs. Ik hield mij bezig met middenstandsonderwijs en verdiepte mij in arbeidszaken, personeelswerk en sociaal-juridische dienstverlening. Ik liep zelfs een docentenstage bij Sara Lee-DE in Utrecht. Heel verrijkend. Later deed ik business administration.’

     ‘Tijdens het gesprek bij Claassen. Moolenbeek & Partners was sprake van een klik. Ik ben op daar 15 september begonnen en werk bij de vestiging in Hilversum, waar we kantoor houden met vijf partners. In december komt daar een zesde partner bij. Bij het adviesbureau werken landelijk circa honderd partners. Ze begeleiden jaarlijks duizend tot vijftienhonderd bedrijfsfinancieringen. Ze werken op een onafhankelijke basis en in opdracht van de ondernemer. Ze schrijven uren en rekenen geen provisie.’

V: Hoe reageerden uw naasten?

‘Mijn vrouw vindt dat deze nieuwe loopbaanstap goed bij mij past. De familie moest wel even wennen. Ze hadden een beeld van mij als predikant en bestuurder en vonden het bedrijfsleven toch wel een hele overstap. Maar in wezen ben ik altijd ondernemend geweest. Ik kon echter binnen de kerk niet altijd mijn ideeën kwijt.’

V: Heeft u kijk op bedrijfsfinanciering?

‘Partners die toetreden, investeren 80.000 euro, met een eigen inbreng van minimaal 25.000 euro. Dit kun vooral je beschouwen als een toetredingsfee voor een training ‘on the job’ van een maand of drie. Voor deze opleiding ben ik één dag per week in Eindhoven. In dit kader zal ik als aanvulling op mijn commerciële achtergrond nog een bancaire module zakelijke dienstverlening volgen. Ons bureau werkt niet alleen voor ondernemers, maar ook in het belang van de banken door financieringsrapporten te overleggen – als een bedrijf daarvoor in aanmerking komt - die rijp zijn voor fiattering. Ik snap de terughoudendheid van de banken, maar ze zijn te voorzichtig, al is dat niet nodig als er een financieringsrapportage ligt. ’ 

V: Waar ligt uw kracht als adviseur?

‘Ik richt mij bij het adviseren van entrepreneurs over hun ondernemersplannen in het bijzonder, maar niet alleen, ook op maatschappelijke organisaties in de zorg, welzijn en jeugdzorg.  Dat ligt gezien mijn achtergrond voor de hand. Er is bij ondernemers veel behoefte aan ondersteuning en persoonlijk contact. Mensen die meedenken. Het besef dat ze niet overal alleen voor staan. Ze worstelen bijvoorbeeld met een lucratieve, maar omstreden opdracht. Moeten ze zaken doen met een land dat een regering heeft, waarvan wij vinden dat die niet democratisch functioneert? Dat kan een ethisch dilemma zijn. Zeker als de opdracht zo groot is dat de continuïteit van de onderneming in het geding is. Een ondernemingsplan is als een navigatie-instrument. Maar je hebt ook een loods nodig. Dat is de metafoor.’

V: Kan de kerk nog advies gebruiken?

‘Als voorzitter van de Bond van Nederlandse Predikanten, waarbij ruim 3000 beroepsgenoten zijn aangesloten, zie ik een terugloop van het aantal formatieplaatsen. Opmerkelijk is dat de terugloop zich aftekent bij de vrijzinnigen, niet zozeer in het rechtzinnige kamp. Een duidelijke boodschap is kennelijk belangrijk. Bovendien poogt men daar met inzet van eigentijdse media nieuwe leden te werven. Het zou kunnen zijn dat ik in mijn nieuwe functie nog eens een interimklus voor de kerk doe. Het kan daar best wat bedrijfsmatiger toegaan. Daarnaast had ik, voordat ik aan mijn nieuwe baan begon, nog een aantal preekbeurten afgesproken.’

Copyright: Het Financieele Dagblad (FD)


Maandag 1 augustus 2005

IK HEB ER LOL IN EN ZE WETEN ME TE VINDEN

Cokky van Limpt

Ze studeerden ooit theologie, maar wat hebben zij eraan in hun huidige bestaan, vlak bij of ver van de kansel? Vandaag: Albert van Daalen (1955), bestuursdeskundige.

Voor een bestuursfunctie heb je uiteraard geen theologische achtergrond nodig, eerder een juridische. Maar bij bemiddeling in conflictsituaties helpt theologie wel degelijk. Niet zozeer de bijbelse verhalen, maar de pastorale deskundigheid.

Van een pastor wordt niet alleen verwacht, zoals van een algemeen psycholoog, dat hij het conflict analyseert, maar ook dat hijzelf een visie inbrengt. Het gaat dan niet alleen om het blootleggen van het probleem, maar ook om het bieden van herderlijke sturing, om een duidelijke visie hoe het conflict kan worden opgelost.

Besturen doe ik al vanaf mijn zeventiende. Ik heb er lol in en men weet mij te vinden. Kennelijk straal je dat uit op een of andere manier. Van heel wat verenigingen, stichtingen en diaconale projecten ben ik voorzitter, secretaris of penningmeester geweest. Of nog, zoals bij de Raad voor Contact en Overheid betreffende de Bijbel, waar ik secretaris-penningmeester ben.

Mijn twee liefdes, besturen en theologie, zijn even oud, al kwam ik aan de eerste eerder toe. Na de middelbare school, in Zeeland waar ik geboren en getogen ben, was ik er nog niet helemaal uit. Daarom ben ik eerst een jaar gaan werken, als klerk op een notariskantoor. Op een dag kwam er een cliënt, die een schenking wilde doen aan een aantal theologische instellingen. Naast de informatie die nodig was voor de akte van schenking, heb ik toen ook de studiegidsen maar aangevraagd.

Mijn opleiding heb ik gevolgd aan de Evangelische theologische faculteit in Heverlee, bij Leuven. Mijn katholieke vader en hervormde moeder waren in de jaren zestig bij de pinkstergemeente terechtgekomen. Door mijn evangelische opvoeding lag de keuze voor een dito opleiding voor de hand. Ik heb daar ook de lerarenopleiding gedaan. Het predikantschap lonkte wel, maar niet onmiddellijk. Op mijn 24ste ging ik lesgeven: godsdienst, maatschappijleer, geestelijke stromingen.

In het onderwijs heb ik geleerd hoe belangrijk ruimte is, en dialoog. Dat jongeren niet geïnteresseerd zouden zijn in religie en spiritualiteit, is een fabel. Het ligt eraan hoe je het bespreekbaar maakt. Je moet beginnen bij wat hén bezighoudt. Dat geldt ook voor de kerkelijke catechese en is tevens het knelpunt van de kerk als instituut. We doen de deur van de kerk open en zeggen: kom maar, dan vertellen wij wat ons bezighoudt. Ik generaliseer, maar doorgaans vraagt de kerk zich te weinig af wat de geloofsgemeenschap eigenlijk bezighoudt.

Mijn veertien jaar in het onderwijs zetten mij ook aan het denken over mijn kerkelijke bedding. Ik voelde mij steeds minder thuis in de pinksterbeweging, waar voor dialoog en afwijkende meningen nauwelijks ruimte is; ik werd de discussies moe over hete hangijzers als abortus, euthanasie, homoseksualiteit. Als voorganger, wat ik daar ook was, wordt er van je verwacht dat je de standpunten bevestigt in plaats van er vragen bij stelt. Die vervreemding zette me aan tot een zoektocht, die in 1988 eindigde bij de doopsgezinden.

Eind 1991 ging mijn school op in een regionaalonderwijscentrum, het vak godsdienst werd geschrapt. Toen vond ik het tijd worden voor het predikantschap. Het jaar daarop werd ik beroepen door de doopsgezinde gemeente Hilversum-Huizen. Die stelde mij in de gelegenheid aan het doopsgezind seminarie de predikantsopleiding te volgen.

Mijn bestuurlijke know-how nam ik mee de kerk in. Daar zetten ze me in op vraagstukken, zoals de toekomst van het predikantschap. En ik ben secretaris van het pensioenfonds.

Een jaar geleden vroeg de Rotary Hilversum mij om te bemiddelen in een conflictsituatie. Inmiddels ben ik voorzitter van die club. Daardoor groeit het besef dat de kerk er niet alleen voor het kerkplein moet zijn, maar ook voor het marktplein.

Ondernemers zijn best geïnteresseerd in geloof en spiritualiteit, maar vragen zich af waarom de kerk, als zij hun iets te bieden heeft, niet naar hen toe komt. Je ziet in het bedrijfsleven een groeiende behoefte aan spiritualiteit op de werkvloer. Maar, omdat de kerk niet naar buiten treedt, zoeken ze hun heil veelal in het new age-circuit.

Vanuit mijn visie kunnen theologen ook diensten verlenen aan de maatschappij, niet alleen aan de kerk. Denk bijvoorbeeld aan coaching, en advies bij vragen op het gebied van werk en zingeving. Ik ga mijn gedachten hierover in het najaar uitwerken en hoop een brede groep theologen bij elkaar te krijgen, die zich gaat bezinnen op dit braakliggende terrein buiten de kerk.

Copyright: Trouw


Vrijdag 26 november 2004

DOMINEE IN DE WERELD VAN HET GROTE GELD

Kees van Oosten

Doopsgezind predikant Albert A. van Daalen (49) uit Kortenhoef is in te huren via Speakers Academy. Door zijn toetreding tot de Speakers Academy kwam hij in een andere wereld terecht. De wereld van het grote geld, relaties en netwerken. (…)

Sinds kort prijkt ook zijn naam op het internationaal sprekersplatform van politici, wetenschappers, kunstenaars, journalisten, sporters en prominenten uit het bedrijfsleven. Jaarlijks levert Speakers Academy professionals aan meer dan 1000 congressen, seminars, symposia en bedrijfsevenementen.

Geld was overigens niet de voornaamste drijfveer om zich op te geven voor de Speakers Academy van Albert de Booy. “Theologie bedrijf je in mijn beleving niet alleen in de kerk, maar ook op het marktplein. Er gaan minder mensen naar de kerk, dat wil echter niet zeggen dat er geen behoefte is aan spiritualiteit. Er is een enorme vraag naar doordenking van ethische vraagstukken. Ik denk dat ik daar in het publieke debat als dominee een bijdrage aan kan leveren.”

Daar komt bij dat de Speakers Academy alles regelt, van het leggen van de contacten tot en met de facturering. “Ik hoef me zelf niet in de markt te zetten. Het platform treedt niet alleen op als intermediair tussen vraag en aanbod, maar verzorgt ook de administratie. Daarvoor berekenen ze 20 procent; dat is, denk ik, heel redelijk. Ik kan me helemaal concentreren op mijn spreekbeurt of op het fungeren als dagvoorzitter.” (…)

De wereld van de Speakers Academy is niet helemaal vreemd voor Albert van Daalen. Hij is voorzitter van de rotaryclub in Hilversum en heeft in die hoedanigheid contacten met leidinggevende personen uit het bedrijfsleven. “In de rotary ontmoet je mensen van verschillende pluimage. Een lidmaatschap is ook goed voor je netwerk. Daar is ook het idee ontstaan om bij de Speakers Academy aan te kloppen.”

Het wemelt van de bekende Nederlanders bij de Speakers Academy. De namen spreken boekdelen: Rob Oudkerk, de in ongenade gevallen wethouder van Amsterdam, de econoom prof. Arnold Heertje, onheilsprofeet Roel Pieper, Amerika-deskundige Maarten van Rossem, schrijver en columnist Leon de Winter, journaliste Maria Henneman, de gewezen tennister Richard Krayicek en zwemster Inge de Bruijn. Ook wijlen Pim Fortuyn stond op de lijst.

Uit de religieuze hoek komen pastoor Louis Berger uit Rotterdam, de hervormde prof.dr. Anne van der Meiden, rabbijn Abraham Soetendorp uit Amsterdam en imam Abdullah Haselhoef uit het Zeeuwse Krabbendijke. Elke deelnemer heeft een prijs. (…)

Albert A. van Daalen komt zelf uit een evangelicaal gezin in Zeeland. Hij studeerde vier jaar theologie aan de evangelische theologische faculteit in het Belgische Leuven, gevolgd door de predikantenopleiding aan het doopsgezind seminarium, dat toen was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, maar inmiddels is overgegaan naar de Vrije Universiteit. Na zijn studie was hij 14 jaar docent godsdienst in het middelbaar beroepsonderwijs in Utrecht, sinds 1 september is hij parttime predikant van de doopsgezinde gemeente in Hilversum. Daarnaast is hij secretaris van de raad voor contact en overleg betreffende de bijbel (RCOB). De raad stond aan de wieg van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), waarover hij heel enthousiast is. “De Bijbel is er niet alleen voor de kerk, maar ook voor het marktplein. De jongere generatie gaat op een andere manier om met taal. Ik vind dat men er in geslaagd is om de Bijbel te vertalen in verstaanbaar Nederlands, terwijl men zo dicht mogelijk bij de brontekst is gebleven. We moeten oppassen dat de kerk niet elitair gaat worden, daarom deel ik de kritiek van de gebroeders Ter Linden niet.”

Voor de goede orde: Albert A. van Daalen blijft gewoon dominee in Hilversum en wil zich niet in een hokje laten duwen. “Voor een vrijzinnige ben ik rechtzinnig en voor een rechtzinnige ben ik vrijzinnig. Elk jaar mag ik een keer voorgaan in de gereformeerde kerk van ’s-Graveland, dat zegt genoeg. Ik ben met veel plezier predikant, maar ik vind het belangrijk dat de kerk zich niet opsluit. Daarom heb ik me gemeld bij de Speakers Academy. En het geld? Dat is mooi meegenomen.”

Copyright: Centraal Weekblad


Woensdag 14 augustus 1996

HANDREIKING VOOR BETERE RECHTSPOSITIE ‘WERKERS’ IN KLEINE KERKEN EN GROEPEN

Door S.C. Bax

Hoeveel mag een kerkelijk werker of predikant verdienen? Hoe regelen we in kerk of groep de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden? Wat doen we bij meningsverschillen? Hoeveel vakantie krijgt iemand? Allemaal vragen die in grotere kerkverbanden zijn vastgelegd. Maar er zijn daarnaast volop kleinere gereformeerde en evangelische groepen en parakerkelijke instellingen. Die rommelen arbeidsrechtelijk vaak maar wat aan.

De doopsgezinde predikant Albert A. van Daalen uit Kortenhoef sprong in dit gat in de markt. Hij ontwikkelde eerder al een parakerkelijk rechtspositiestatuut. Sinds enkele weken is er een aangepast statuut beschikbaar. Het resultaat daarvan is nu op papier en op diskette verkrijgbaar. (…) Ondanks het feit dat ds. Van Daalen nog in de publiciteit trad, kreeg hij al tientallen verzoeken om toezending. De prijs bedraagt 82 gulden. Dat is dan inclusief een jaar lang mondeling toelichting en advies. Ook via e-mail staat hij de ‘klanten’ met raad en daad bij.

Ds. Van Daalen (41) is sinds 1992 doopsgezind predikant van de streekgemeente Hilversum. De pastorie staat in Kortenhoef. Hij is getogen in het Zeeuwse Kruiningen. Zijn vader was van huis uit rooms-katholiek. Zijn moeder was hervormd. “Mijn moeder werd later baptiste. Vader ging ook over naar de protestantse evangelische beweging. In dat klimaat groeide ik op. Na een middelbare schoolopleiding in Middelburg ging ik werken. Ik was onder andere actief als notarisklerk. Toen iemand eens een bedrag vermaakte aan de Belgische evangelische opleiding in Heverlee moest ik documentatie opvragen. Heverlee deed er een studiegids bij. Toen rijpte het idee om er te gaan studeren. En dat gebeurde een poos erna ook”.

Toen hij zijn studie afrondde in Heverlee, legde hij vervolgens na enige tijd kerkelijk examen af aan het Doopsgezind Seminarie in Amsterdam. Voor hij echter predikant werd, was hij jarenlang stafdocent aan een middelbare beroepsopleiding in Utrecht. Hij gaf daar behalve godsdienst ook maatschappijleer. Dat laatste vak was toegespitst op arbeidszaken en personeelsbeleid. Met zijn kennis van de kerkelijke rechtspositie en bij het zien van het ontbreken daarvan in de evangelische wereld kwam hij op een idee. Temeer daar hij steeds gebeld werd vanwege zijn kennis van arbeidszaken en personeelsbeleid. De stafdocent had immers een brede kerkelijke en evangelische kennissenkring. Hij ontwikkelde een “model-rechtspositiestatuut”. “Dan voorkom je een hoop werk”. Uiteraard gebruikte ds. Van Daalen ook wel onderdelen uit bestaande kerkelijke modellen voor zijn statuut. Heel bewust ontwierp hij echter een op de situatie toegesneden exemplaar. “Bij veel groepen is nogal wat weerstand aanwezig tegen gevestigde kerken. Met een eigen ontwerp voorkom je die zorg.”

Behalve dat met het statuut een juridisch verantwoord stuk op tafel zou liggen, wilde ds. Van Daalen vooral dat groepen en (para)kerkelijke organisaties zich bewust zouden zijn van het te voeren beleid. “Wie zijn we, wat willen we. Dat moeten we helder formuleren. Pas dan kunnen we keuzes maken en de personele invulling gestalte geven. Dat moet je vervolgens goede afspraken maken en het eens worden over de salariëring. Met ons statuut willen wij eigenlijk alleen maar een goede handreiking geven.” In de praktijk blijkt het best moeilijk om wederzijdse verplichtingen te formuleren. Hoe regel je –indien nodig- schorsing? Wanneer verhoog je salarissen? Hoe zit het met buitengewoon verlof of bijzonder vrije dagen? Wanneer ontvangt iemand gratificaties of krijgt hij of zij studieverlof? Het is nu allemaal terug te vinden. Er staan verder in bijlagen adviezen in het statuut waar het gaat om onregelmatig werk, kilometervergoeding en inhoudingen voor kost en inwoning. (…)

Om misverstanden te voorkomen heeft ds. Van Daalen deze privé-activiteiten ondergebracht in een duidelijk aan zijn persoon gebonden stichting en vereniging. Het statuut gaat dan ook uit van “Albert A. van Daalen Ministries (Alvadam)”. In september stuurt Alvadam een mailing uit naar zeker duizend daartoe uitgezochte adressen. Gezien de nu al ontvangen reacties verwacht ds. Van Daalen daar heel wat van.

Copyright: Reformatorisch Dagblad


Zaterdag 3 december 1994

BR. ALBERT VAN DAALENS OVERGANG VAN PINKSTERBEWEGING NAAR DOOPSGEZINDE BROEDERSCHAP

Menno Meihuizen

Zaterdag 19 november werd ds. Albert van Daalen in de broederschapsvergadering als proponent aangesteld. Omdat hij oorspronkelijk uit de pinksterbeweging komt, vroeg ik hem te vertellen over de overstap naar de doopsgezinden.

Kunt u me iets over uw achtergrond vertellen?

Ik ben in Zeeland geboren. Mijn vader was rooms-katholiek en mijn moeder Nederlands Hervormd. Zij is om reden van geloof, vanwege de doop, overgestapt naar de pinksterbeweging, want ze kenden geen baptisten of doopsgezinden. Religie speelde bij ons thuis een grote rol, en ik hield me op mijn 17e, 18e veel bezig met levensbeschouwelijke vragen. Ik ben toen in België gaan studeren, onder andere omdat ik met de handelsschool als opleiding in Nederland niet werk toegelaten. Deze opleiding had een evangelische achtergrond, gestoeld op de bond van vrije evangelische gemeenten en baptisten, en was dus piëtistisch en zeker fundamentalistisch van aard. Daarnaast heb ik tegelijk de kerkelijke opleiding gedaan, en de opleiding tot leraar godsdienstonderwijs. Ik ben toen voorganger geworden in Utrecht, omdat ik dat daar kon combineren. Als voorganger had ik de opdracht jeugdpastoraat.

Hoe bent u in aanraking gekomen met de doopsgezinde gemeente Utrecht?

Door het godsdienstonderwijs ben ik nog kritischer gaan nadenken. Door al die vragen die de leerlingen je stellen. Parallel daaraan liep, dat ik vind dat je vanuit het evangelie bezig moet zijn met maatschappelijke vraagstukken. En ik miste dat heel duidelijk binnen de pinksterbeweging, met uitzondering van vragen over abortus en euthanasie. Daar kreeg ik ontzettend veel moeite mee. Volgens mij roept het oude en nieuwe testament op je ook met structurele zaken bezig te houden. Dat is voor mij aanleiding geweest om eens elders te kijken, en zo kwam ik ook in aanraking met de doopsgezinde gemeente. De affiniteit lag er met de doop op het geloof, dat je op je eigen belijdenis toetreedt. Tweede affiniteit was de vredesvraagstukken. Op de derde plaats de maatschappelijke betrokkenheid. Toen heb ik de keus gemaakt, en heb ik in ’85 bedankt voor de broederschap van pinkstergemeenten. In ’88 ben ik in de doopsgezinde gemeente Utrecht gekomen, eerst als vriend, en na een jaar zijn mijn (toenmalige) vrouw en ik toegetreden. En ik ben weer voorganger geworden toen mij werd gevraagd in te vallen in Baarn, waarna ik Hilversum er na verloop van tijd bij heb gekregen.

De overstap naar de doopsgezinden was voor mij niet zo heel groot, omdat ik er een paar jaar mee bezig ben geweest. Het is dan voornamelijk een grote verandering van sfeer, die is wat informeler. Zo’n pinkstergemeente kenmerkt zich door enthousiasme, geestelijke gezangen, en ze zijn natuurlijk erg christocentrisch gericht. Wat mij aansprak in een doopsgezinde dienst is dat de preek veel meer inhoud had dan in de pinkstergemeente. Dat heeft er mee te maken dat voorgangers daar niet altijd theologisch gevormd waren. De dienst is dan ook meer een viering dan een dienst zoals wij die kennen. Verder gebruiken ze de bijbel anders. (…) In de doopsgezinde gemeente wordt ook gekeken in welke context het evangelie is geschreven, en wat we zouden kunnen met dit bijbelgedeelte voor deze tijd.

Hoe belangrijk is de aanstelling tot proponent voor u?

Ik vind belangrijk om wat meer binnen de ADS (Algemene Doopsgezinde Sociëteit) te kunnen functioneren, en het is een introductie voor mij bij de ADS. In die zin heeft het proponentschap voor mij een meerwaarde. Ik heb niet aan het seminarie gestudeerd, omdat ik alle vakken al gehad heb, alleen moest ik nog bijgeschoold worden in de mennonitica, en daar heb ik een literatuurstudie voor gedaan.

Zijn er ook dingen die u mee hebt genomen, komende van een pinkstergemeente?

Wat ik meegenomen heb, al is dat eigenlijk doopsgezind, is dat ik mij zie als een van de gemeenteleden. En ik zie dat niet hiërarchisch, maar als een broeder die daartoe gevormd is. Sommige doopsgezinde gemeenten zijn een beetje domineesgemeente, in de zin van: ‘dat en dat doet de dominee wel’. Een verschil is dat dat vrij in het christelijk geloven hier soms wel erg vrij wordt vertaald, in vrijblijvendheid. Ik heb er wel eens moeite mee, dat iemand lid is van een gemeente, en in geen tien jaar in die kerk komt. Ik vind, een gemeente moet een geloofsgemeenschap zijn, waarin je elkaar stimuleert, om met het geloof bezig te zijn, om met vrede bezig te zijn, met gerechtigheid bezig te zijn, niet alleen in woord maar ook in daad. En dat is niet vrijblijvend. Ik denk dat het de geloofsgemeenschap van de doopsgezinden wat zou verlevendigen als mensen wat actiever betrokken zouden zijn. (…)

Copyright: ADW (Algemeen Doopsgezind Weekblad).
..


Zaterdag 24 augustus 1974

JONGEMAN VAN NEGENTIEN JAAR STICHT EEN WERELDEVANGELISATIE

Door F.G. de Ruiter

Wie in de vorm van een perscommuniqué wordt ingelicht over de oprichting van “A.A. van Daalen Wereld Evangelisatie”, vermoedt achter dit initiatief geen minderjarige figuur. Toch is het zo. Albert Alphons van Daalen is pas negentien; een vrij schuchtere jongen, maar vervuld van een evangelisch vuur dat men bij mensen van zijn leeftijd zelden aantreft. Hij is tot zijn spijt nog niet in staat zijn roeping volledig te volgen. Voorlopig zal hij er nog bij moeten werken als notarisklerk.

Een afspraak met Van Daalen voert ons naar zijn ouderlijk huis, Slotstraat 79, Kruiningen. Het is een eenvoudig nieuwbouwpand, dat slechts opvalt door een sticker, die een opgestoken vinger vertoont, alsmede de tekst: “Er is maar één weg: Jezus!”. Achter die gevel moeten dus godvrezende mensen wonen.

Dat klopt. De familie van Daalen is aangesloten bij de Volle-evangeliegemeente, beter bekend als Pinkstergemeente, een in zijn uitingsvormen blijmoedige vleugel van het rechtzinnige protestantisme. In de huiskamer wordt de religieuze overtuiging uitgedragen door middel van een reeks wandteksten: “Uw woord is de waarheid”, “Werp uw bekommernis op de Here; Hij zal voor u zorgen” en “God is liefde”.

In deze sfeer is Albert opgegroeid tot een knaap met grote evangelische ijver, die al op zijn zeventiende een “nieuwsbrief” uitgaf ten behoeve van verscheidene zendingsgenootschappen. Ook staat hij sinds enkele jaren ingeschreven als verkoper van theologische boekwerken, die hem door christelijke uitgeverijen als Voorhoeve (Den Haag) en Gideon (Hoornaar) worden toegestuurd. Talrijke exemplaren van prof. Bavincks “Ik geloof in de Heilige Geest” en “De grondbeginselen van het christelijk geloof” vonden via het Zuidbevelandse medium hun weg naar de lezers.

Alberts verzendboekhandel is inmiddels opgenomen in het grotere verband van zijn wereldevangelisatie, waarvan hij de doelstelling als volgt formuleert: “De verkondiging van het evangelie aan alle creaturen, ten einde hen te maken tot discipelen van Jezus Christus en hen te dopen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heilige Geestes en hen te onderhouden al hetgeen Jezus Christus bevolen heeft.” Een en ander overeenkomstig de zendingsopdracht in Mattheus 28.

Aanleiding tot de oprichting was een congres van “evangelicals”, dat zich vorige maand in Lausanne afspeelde. Hier kwam, volgens Albert, vooral naar voren dat samenwerking essentieel is. Daar zal juist hij het van moeten hebben. Zijn organisatie mag dan een mondiale naam dragen, het is nog maar een geringe beweging.

Een paar vragen. Alle kerken van enige omvang hebben hun missie of zending. Het Leger des Heils trekt in eigen land de straat op. Nu bovendien de “wereldevangelisatie”; is dat niet te veel van het goede? Albert: “Ik vind dat het nooit te veel kan zijn. Er liggen nog zo veel gebieden braak. De Indianen in de Zuidamerikaanse reservaten bijvoorbeeld. Daar worden twintig dialecten gesproken, maar de Bijbel is er nog maar in twee vertaald. Dan de zwarte bevolking van Zuid-Afrika. Ook daar willen we ons op richten. De blanke Zuidafrikanen? Ja, ook die vervullen ons met zorg. Dat racisme is natuurlijk uit den boze. Al die rangen en standen – dat is in het algemeen een fout van de kerk. Een kenmerk van het christendom is juist dat ieder gelijk is.” (…)

Copyright: NRC Handelsblad..


 
Klik hier voor de contactgegevens van het CM&P-kantoor van Albert A. van Daalen
Click here for contact information about the CM&P-office of Albert A. van Daalen

Website powered by Network Solutions®