Albert A. van Daalen

VDM, PhDc, DDc

Homepage

Over het voorzitterschap

Passie voor Charity

Beknopte biografie

Uit de nieuwsmedia

Over het voorzitterschap vanuit bestuursjuridische optiek
ten behoeve van collegae
 
 
In het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (BW) wordt steeds gesproken over het bestuur van een stichting of vereniging als bevoegd orgaan. Het bestuur wordt gevormd door een aantal personen die als bestuurscollege taken en bevoegdheden hebben en daarvoor collegiale verantwoordelijkheid dragen. Desalniettemin spreekt artikel 13 Boek 2 BW over de bijzondere functie van de voorzitter in het proces van besluitvorming in de vergaderingen van “een orgaan” van een rechtspersoon. Die geldt voor alle rechtspersonen, dus zowel voor de stichting als de vereniging. Tenzij de statuten anders bepalen is het door de voorzitter uitgesproken oordeel over de uitslag van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Het BW regelt ook de verdere procedure als direct na de uitspraak van de voorzitter de juistheid daarvan wordt betwist (door een aanwezig stemgerechtigd lid van het orgaan). Deze bijzondere bevoegdheid van de voorzitter bevestigd min of meer de leiderschapsrol van deze bestuursfunctionaris in alle organen van een rechtspersoon.

Naast deze voor alle stichtingen en verenigingen geldende wettelijke bepaling, zegt het BW niets over de voorzitter als specifieke bestuursfunctionaris van (organen van) een stichting. Het functioneren van de voorzitter moet dus volledig gebaseerd worden op statutaire bepalingen.

Wat de vereniging betreft wordt op twee plaatsen in het BW over de voorzitter gesproken. De eerste bepaling heeft betrekking op de samenstelling van het bestuur (artikel 37 lid 7 Boek 2 BW). Met uitzondering van de mogelijkheid van statutaire afwijking, wijst het bestuur (van een vereniging) uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. De tweede bepaling (artikel 38 lid 2 Boek 2 BW) betreft – met uitzondering van een andere regeling in de statuten – de koppeling van het voorzitterschap van het bestuur aan het voorzitterschap van de algemene ledenvergadering. In deze bepaling wordt het functioneren van de voorzitter bevestigd als “primus inter pares” en daarmee zijn of haar algemene leidinggevende taak binnen de vereniging. Een uitzondering hierop vormt de situatie van een algemene ledenvergadering die door leden of afgevaardigden van de vereniging wordt bijeengeroepen krachtens artikel 41 Boek 2 BW. De initiatiefnemende leden of afgevaardigden kunnen anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen. 

Klik hier voor de relevante wettelijke bepalingen
 
"E-Handboek voor bestuurders van ANBI's & SBBI's"

Omdat ook van bestuurders van algemeen nut beogende instellingen (ANBI's) en sociaal belang behartigende instellingen (SBBI's) wordt verlangd, dat zij relevante Nederlandse wet- en regelgeving kennen, en ook bredere kennis en kunde op het gebied van goed bestuur en duurzaam beleid onontbeerlijk is, biedt Albert A. van Daalen een "E-Handboek voor bestuurders van ANBI's & SBBI's" aan, dat (ambtelijke) bestuurders van die instellingen kan helpen bij het professionaliseren van hun bestuursvoering. 

Klik hier voor productinformatie en de mogelijkheid om het handboek te bestellen
 
Als voorzitter van de Bond van Nederlandse Predikanten nam Van Daalen in juni 2010 deel aan de internationale conferentie in Polen van bestuurders van predikantenverenigingen in Europa.
 
 

Klik hier voor contactgegevens │ Click here for contact information

Website powered by Network Solutions®